Voor Simon Maillet is decarbonisatie vooral een investering in de toekomst van beton. Simon is Sustainability Manager bij Cordeel Group waar C-concrete een onderdeel van is. Al sinds 2021 zet deze betonspecialist in op het verduurzamen van betonformules. Voor hem kwam de kennismaking met Ecocems ACT op het juiste moment. Wat volgde was een nauwe samenwerking met de specialisten van Ecocem en een bijzondere primeur
Nadat begin 2026 de eerste laboratoriumtesten met ACT waren uitgevoerd, volgde midden februari een grootschalige proef. In hun fabriek in Temse werd een brandwerende wand (10 x 3 m) en een geïsoleerde sandwichwand (8 x 3 m) vervaardigd. De proef verliep succesvol. “Voor onze medewerkers op de werkvloer maakte ACT nauwelijks verschil in verwerkbaarheid,” zegt Maillet. “Dat was cruciaal. We willen innovatieve producten kunnen inzetten zonder dat onze industriële processen fundamenteel veranderen.”
Deze grootschalige test was de eerste full-scale prefabtoepassing van ACT. Ook Nikolas Schack, kwaliteitsverantwoordelijke en betontechnoloog bij C-concrete, spreekt van een zeer geslaagde proef. “ACT presteert net als cement, maar met een veel betere CO2-voetafdruk.”
Uit een levenscyclusanalyse (LCA) die door C-concrete werd uitgevoerd en waarin beide elementen werden vergeleken met het standaard productiemengsel, bleek dat het gebruik van ACT in het betonmengsel de CO2-voetafdruk met 67,5% vermindert.
Nog een mooie bijvangst: de visuele kwaliteit van het afgewerkte oppervlak. Dit maakt ACT tot een aantrekkelijk alternatief voor lichtgrijs cement in architecturale prefabtoepassingen, met tegelijk ecologische en economische voordelen.
De positieve testresultaten betekenen niet dat de toepassing van laagklinkercementen in prefabbeton vanzelfsprekend is. Volgens Schack verschillen de productieomstandigheden sterk van die bij betonmortel op de bouwplaats. “Bij stortbeton kan een bekisting vaak langer blijven staan. In een prefabfabriek is dat anders. Daar moeten elementen dagelijks kunnen worden ontkist om het productieproces draaiende te houden.”
Juist daar ligt volgens hem een belangrijke uitdaging. Laagklinkercementen ontwikkelen tijdens het verharden minder warmte en bouwen daardoor hun vroege sterkte doorgaans langzamer op. Om toch dezelfde productiesnelheid te realiseren, zijn een zorgvuldig afgestemde betonsamenstelling en optimale uithardingsomstandigheden noodzakelijk. “De uitdaging is om dezelfde productiesnelheid te behouden en tegelijkertijd de CO₂-uitstoot sterk te verlagen.”
Maillet gelooft in prefabbeton als antwoord op de groeiende vraag naar snelle en efficiënte bouwmethoden. “Maar als we met beton willen blijven bouwen, moeten we het materiaal toekomstbestendig maken.”
C-concrete zet in op circulariteit, alternatieve grondstoffen, minder watergebruik en een lagere CO2-uitstoot. De grootste winst valt te behalen in het cement. Zij ontwikkelen al jaren nieuwe recepturen en testen alternatieve bindmiddelen.
Dit is niet alleen een antwoord op strengere milieueisen, maar ook op een veranderende marktvraag. “Opdrachtgevers vragen steeds vaker naar oplossingen die passen binnen de principes van Paris Proof bouwen en aantoonbaar bijdragen aan de verlaging van de totale klimaatimpact van gebouwen.” Het bedrijf blijft daarom actief zoeken naar nieuwe materialen en technologieën. “De proef met ACT past perfect binnen die aanpak.”
C-concrete heeft het Belgische betonakkoord ondertekend. Daarin is afgesproken om de CO2-uitstoot tegen 2030 met 50 procent te verminderen. Daarnaast ligt er een sterke focus op circulariteit en gerecyclede granulaten.
Terwijl het Nederlandse betonakkoord werkt met duidelijke plafond- en koploperwaarden voor de CO₂-impact van beton, ontbreekt die duidelijkheid in België nog deels.
“De sector wordt niet geremd, maar wel minder gestimuleerd.” Maillet ziet ook een cultuurverschil: “In Nederland is het gevoel van urgentie rond decarbonisatie groter. Tegelijkertijd loopt België op sommige vlakken voorop in renovatie en herbestemming van bestaande gebouwen. Beide landen kunnen van elkaar leren.”
De eerste commerciële ACT-productie-eenheid wordt momenteel gebouwd in de Ecocem-vestiging in Duinkerke. De fabriek zal naar verwachting eind 2026 operationeel zijn.
De twee testelementen van C-concrete worden buiten opgeslagen en zullen aan verdere beoordelingen worden onderworpen. De ambitie is om eind 2026 de eerste ACT-elementen te gebruiken in hun projecten.
Directeur Paul Roos vertelt het verhaal van Ecocem in de Sustainability Edition van het FD en roept op om de juiste voorwaarden te scheppen voor de versnelling van decarbonisatie.
Thies van der Wal over prefab, beton en systeemdenken. Verduurzaming van de bouw vraagt om meer dan losse projecten of pilots. “Per project werken is geen industrie. Dat verandert het systeem niet.”